3. Leeractiviteit 

In dit onderdeel laat ik zien hoe mijn leerproces als toekomstig ergotherapeut eruitziet. Aan de hand van mijn stage, praktijkervaringen en theoretische toetsen laat ik zien welke stappen ik heb gezet en wat ik tot nu toe heb geleerd over het vak.

Inhoud 

- 3.1 Praktijkplek

- 3.2 Beroepsoriëntatie

- 3.3 Eigen stage 

- 3.4 kennistoetsen 

- 3.5 Mini Symposium Ergotherapie 

- 3.6 workshops 

3.1 Praktijkplek: 

Lunch café Juuls

Lunch Café Juuls is een lunchcafé dat dagbesteding biedt voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Wij begeleiden cliënten in het werk in de horeca en dragen bij aan hun maatschappelijke deelname. Het café werkt met dagverse producten en legt de nadruk op hygiëne, gastvrijheid en persoonlijke aandacht, voor zowel een kop koffie, high tea of zakelijke afspraak.

 

 

- alle foto's zijn toegevoegd meet toestemming van de cliënten

Mijn groei en rol binnen Lunchcafé Juuls

Ik ben inmiddels bijna vijf jaar werkzaam bij Lunchcafé Juuls, een bijzondere dagbesteding waar mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking centraal staan. Wat op 15-jarige leeftijd begon met meehelpen in de spoelkeuken, is in de loop der jaren uitgegroeid tot een verantwoordelijke rol. Inmiddels ben ik elke zaterdag officieel werkzaam als begeleider binnen het café. Ik stuur de cliënten aan in de keuken en de bediening en zorg ervoor dat alles achter de schermen goed geregeld is. Omdat ik de cliënten door en door ken, weet ik precies wat hun talenten zijn en waar hun grenzen liggen. In de horeca kan het soms hectisch zijn, maar door rust en regelmaat te bieden, zorg ik ervoor dat zij hun werk goed kunnen doen. Het belangrijkste is dat dit een plek is waar de cliënten zich welkom voelen en volledig zichzelf kunnen zijn, terwijl we samen zorg dragen voor de kwaliteit en gastvrijheid van het café.

Verantwoordelijkheid en eigen initiatief

Naast mijn vaste werkdag op zaterdag, zet ik mij elke maandag op vrijwillige basis in voor het café. Omdat het op maandag vaak wat rustiger is in de horeca, gebruik ik die tijd om extra activiteiten te organiseren voor de cliënten die op die dag aanwezig zijn. Dit varieert van sportieve spellen buiten tot creatieve activiteiten binnen. Vanwege mijn jarenlange ervaring en de vertrouwensband die ik heb opgebouwd, worden deze initiatieven met veel enthousiasme ontvangen; de cliënten vinden het fantastisch als ik op maandag binnenkom om iets leuks met ze te ondernemen. Deze taken helpen mij om mezelf verder te ontwikkelen op het gebied van leidinggeven en het nemen van eigen verantwoordelijkheid buiten de standaard horecawerkzaamheden om. Ik ben ontzettend dankbaar voor de band die ik met dit team heb opgebouwd en de kans om op deze manier bij te dragen aan hun dagbesteding.

3.2 Beroepsoriëntatie: (1-5 Dec)

Algemeen:                                                                                                    Voor mijn beroepsoriëntatie heb ik vier dagen meegelopen met twee ergotherapeuten van Careyn,
een van de grootste zorgorganisaties van Nederland. Careyn heeft meer dan honderd locaties in
Utrecht en Zuid-Holland en richt zich vooral op kwetsbare ouderen die langdurige zorg of
ondersteuning nodig hebben. Daarnaast biedt Careyn eerstelijnszorg aan cliënten die thuis wonen.
Mijn stage vond plaats in verpleeghuis Rosendaal, een locatie die volledig valt onder de langdurige
Wlz-zorg. Het is een verpleeghuis waar cliënten wonen, dag en nacht zorg ontvangen en
ondersteuning krijgen van verschillende disciplines. 

 

welke afdelingen heb ik gezien:                                                          Rosendaal bestaat uit acht afdelingen, elk gericht op een specifieke doelgroep:
Somatische afdelingen: voor cliënten met lichamelijke aandoeningen, zoals Parkinson of
andere ouderdom gerelateerde fysieke problemen.
PG-afdelingen: voor cliënten met dementie.
Somatische afdeling speciaal voor islamitische cliënten: met aandacht voor religieuze
rituelen, voedingswensen en culturele gebruiken.

 

Geleerde vaardigheden in de praktijk:

 

  • Rolstoelexpertise: Het observeren, aanmeten, selecteren en aanvragen van de juiste rolstoel.

  • Hulpmiddelen: Het adviseren over en aanleren van het gebruik van ergotherapeutische hulpmiddelen.

  • Communicatie: Het professioneel leggen en onderhouden van contact met cliënten.

 

 

Conclusie:                                                                                          Ik heb enorm genoten van mijn beroepsoriëntatie. Deze week heeft mij laten zien hoe gevarieerd en waardevol het werk van een ergotherapeut is, vooral binnen de Wlz. Aan het begin dacht ik dat werken op een Wlz-afdeling wellicht saai zou zijn, maar dit bleek absoluut niet het geval.

Ergotherapie draait om het ondersteunen van oudere cliënten bij hun dagelijkse uitdagingen en het bevorderen van zelfstandigheid, waarbij zelfs kleine stappen een groot verschil maken. De korte communicatielijnen met collega’s en de langdurige contacten met cliënten maken het werk extra waardevol.

Hoewel ik benieuwd ben naar ergotherapie in revalidatie of eerstelijnszorg, heb ik dankzij deze stage een goed beeld gekregen van het werk binnen de Wlz en waardevolle inzichten in het vak. Ik ben mijn stagebegeleiders dankbaar voor deze leerzame en inspirerende week.

3.3 Eigen stage: 2 en 9 maart 

(Meeloopdagen Kinderrevalidatie – Rijndam)

Doelen vooraf

Voorafgaand aan mijn meeloopdagen had ik een aantal doelen opgesteld. Mijn belangrijkste doel was om een beter beeld te krijgen van het beroep ergotherapie, en dan specifiek van kinderergotherapie binnen de revalidatie.

Daarnaast wilde ik ontdekken of dit werkveld iets is wat ik later als baan zou zien zitten. Tijdens het meelopen wilde ik daarom goed kijken naar wat een kinderergotherapeut precies doet in de revalidatie en hoe een werkdag eruitziet.

Ook was ik benieuwd welke taken een ergotherapeut naast de behandelingen met kinderen nog uitvoert. Denk hierbij bijvoorbeeld aan overleg met andere disciplines, contact met ouders, het adviseren over hulpmiddelen of het werken met scholen.

Verder wilde ik onderzoeken welke doelgroep binnen de kinderrevalidatie mij het meeste aanspreekt. In de kinderrevalidatie werk je namelijk met verschillende leeftijden en verschillende hulpvragen.

Tot slot wilde ik kijken wat ik uit deze ervaring kan meenemen in mijn verdere studie ergotherapie, bijvoorbeeld nieuwe inzichten, vaardigheden of een beter beeld van het werkveld.

 

2 maart 2026

Op 2 maart heb ik een dag meegelopen bij de kinderrevalidatie van Rijndam op locatie ’t Roer. De dag begon om 8:30 uur en duurde tot ongeveer 18:00 uur. In de ochtend liep ik mee met Reggy bij de TPG-groep kleuters van 0–4 jaar. Ik mocht meekijken op de groep en daarnaast drie aparte behandelsessies bijwonen. Tijdens deze sessies kwamen peuters uit de klas naar de behandelruimte.

Tijdens de behandelingen werd onder andere gekeken naar de hand- en armfunctie van de kinderen. Dit gebeurde vaak door middel van kleine, speelse activiteiten en spelletjes om te observeren hoe de kinderen hiermee omgaan. Ik vond het erg leuk om te zien hoe dit op een speelse manier wordt aangepakt. Tegelijkertijd werd duidelijk hoe belangrijk de rol van een ergotherapeut al op jonge leeftijd kan zijn.

Daarnaast viel mij op dat het contact met ouders een grote rol speelt. Als ergotherapeut werk je niet alleen met het kind, maar ook met de ouders. Voor veel ouders is de ontwikkeling of diagnose van hun kind nog nieuw en zij zijn vaak nog bezig met het verwerken hiervan. De ergotherapeut kan hierin ook een steunpunt zijn en ouders begeleiden in het proces.

Wat mij vooral opviel, is dat je als kinderergotherapeut veel werkt met kleine ontwikkelingsstappen. Het uiteindelijke doel kan bijvoorbeeld zijn dat een kind leert lopen of zelfstandig kan staan, maar daar gaan veel kleinere stappen aan vooraf. Denk bijvoorbeeld aan omrollen, de omgeving ontdekken of leren omgaan met mogelijke gevaren. Deze kleine stappen zijn essentieel voor de ontwikkeling van het kind en hier wordt tijdens de therapie veel aandacht aan besteed.

Later op de dag liep ik mee met Lisette, een ergotherapeut die ook op scholen werkt. Op deze locatie is namelijk ook een Tyltylschool gevestigd. Samen met Lisette hebben we een jongen uit de klas opgehaald en zijn we naar de gymzaal gegaan. Daar hebben we geoefend met aan- en uitkleden. Hij was hier al een aantal weken mee bezig en deze keer lukte het hem echt goed. Het was mooi om te zien hoeveel vooruitgang een kind kan maken.

Daarna kreeg ik een rondleiding in de oefenwoning. Hier werd duidelijk hoeveel mogelijkheden er zijn op het gebied van hulpmiddelen en aanpassingen in huis. Door dagelijkse handelingen stap voor stap te bekijken, zoals opstaan of verplaatsen, kun je vaak goed zien waar aanpassingen nodig zijn.

Ook mocht ik een multidisciplinair overleg bijwonen met een ergotherapeut, fysiotherapeut en een arts. Samen bespraken zij de situatie van een jongen met een beperkte beenfunctie. Er werd gekeken naar de belasting van zijn been en zijn bewegingsmogelijkheden, waarna een jaarlijkse meting werd uitgevoerd. Het was interessant om te zien hoe verschillende disciplines samenwerken en hoe ieder vanuit zijn eigen expertise bijdraagt aan het behandelplan. Het enthousiasme van de jongen toen hij nieuwe oefeningen meekreeg, maakte veel indruk.

Aan het einde van de dag, rond 16:00 uur, ben ik nog naar een andere locatie gegaan: de klinische kinderafdeling aan de Westersingel in Rotterdam. Daar mocht ik nog ongeveer twee uur meelopen met Sanne. Dit was heel anders dan de rest van de dag, omdat het hier om een klinische afdeling gaat. Toch gaf dit mij ook een goed beeld van hoe een ergotherapeut daar werkt en welke taken daarbij komen kijken.

Kortom, het was een intensieve maar vooral leerzame dag. Ik heb hierdoor goed kunnen zien hoe breed het vak ergotherapie binnen de kinderrevalidatie kan zijn

 

 

9 maart 2026

Op 9 maart mocht ik nog een ochtend meelopen met Nanny bij de TPG-kleuters. Dit was op een andere, kleinere locatie van Rijndam kinderrevalidatie. Nanny werkt al meer dan 30 jaar als ergotherapeut.

Van 8:30 tot 12:00 uur mocht ik meekijken op de groep en bij drie behandelingen. Ik liep mee met de Kikkergroep, een groep kinderen die gemiddeld wat meer cognitieve ondersteuning nodig hebben.

Tijdens deze ochtend kreeg ik opnieuw een goed beeld van hoe een ochtend in de kinderrevalidatie verloopt. Nanny liet mij ook zien hoe breed het vak ergotherapie kan zijn. Naast haar behandelingen is zij bijvoorbeeld gespecialiseerd in kinderspalken en duimspalken en werkt zij veel met handfunctie. Samen hebben we gekeken hoe je een spalk voor een kind zou kunnen ontwerpen en aanpassen. Dat vond ik erg leerzaam.

Daarnaast vertelde Nanny over een project waar zij mee bezig is rondom MuSSAP. Hierbij wordt geprobeerd om kinderen van 0–4 jaar te stimuleren om hun aangedane hand meer te gebruiken. Ze heeft hier veel onderzoek naar gedaan en wil deze kennis ook delen met studenten en collega’s. Het was inspirerend om te zien hoeveel passie en enthousiasme zij heeft voor haar werk en haar onderzoek. Het was leuk om hier ook kort met haar over te sparren.

Reflectie:

Tijdens deze meeloopdagen heb ik een veel duidelijker beeld gekregen van het beroep ergotherapie, en dan vooral binnen de kinderrevalidatie. Ik heb gezien hoe breed het vak kan zijn en hoeveel verschillende taken een ergotherapeut heeft. Naast de behandelingen met kinderen speelt ook het contact met ouders een grote rol en wordt er veel samengewerkt met andere disciplines, zoals fysiotherapeuten en artsen.

Wat mij vooral is bijgebleven, is dat er in de kinderergotherapie vaak wordt gewerkt met kleine ontwikkelingsstappen. Het uiteindelijke doel kan groot zijn, zoals lopen of zelfstandig functioneren, maar de weg daarnaartoe bestaat uit veel kleine stappen. Het was mooi om te zien hoe belangrijk deze stappen zijn en hoeveel aandacht hieraan wordt besteed.

Ook vond ik het interessant om te zien hoeveel verschillende kanten het vak heeft. Zo zag ik behandelingen op de groep, individuele therapie, overlegmomenten met andere disciplines, werk op scholen en het adviseren over hulpmiddelen en aanpassingen. Hierdoor heb ik een beter beeld gekregen van de taken die een ergotherapeut naast de therapie zelf ook uitvoert.

De doelgroep binnen de kinderrevalidatie spreekt mij zeker aan. Ik vond het bijzonder om te zien hoe je als ergotherapeut echt een verschil kunt maken in de ontwikkeling van een kind. Daarnaast merkte ik dat het contact met zowel het kind als de ouders een belangrijke en waardevolle rol speelt.

Deze meeloopdagen hebben mij ook geholpen om weer meer motivatie te krijgen voor mijn studie. Ik had de afgelopen periode soms het gevoel dat ik nog niet goed wist waar ik het uiteindelijk voor deed. Door deze ervaring heb ik een beter beeld gekregen van het werkveld en van de mogelijkheden binnen het beroep.

Wat ik vooral meeneem naar mijn verdere studie, is dat ergotherapie een breed en veelzijdig vak is waarin je veel kunt betekenen voor cliënten. Daarnaast heb ik gezien dat er veel mogelijkheden zijn om je verder te ontwikkelen en te specialiseren binnen het vak.

 

3.4 Kennistoetsen inhoud:

Opbouw van het menselijk lichaam

  • Basisstructuur: De basiseenheden, structuur en functies van het lichaam (steunweefsel, spieren en zenuwen).

  • Bewegingsapparaat: Een algemene inleiding in de bouw van hoe het menselijk lichaam beweegt.

  • Vlakken en assen: Hoe het lichaam is opgedeeld en vanuit welke hoeken bewegingen worden beschreven.

Het Skelet

  • Algemene anatomie: De basisopbouw van het menselijke skelet.

  • Bovenste extremiteit: De botstructuren van de schouder, bovenarm, onderarm, pols en hand.

  • Onderste extremiteit: De botstructuren van de heup, benen en voeten (gericht op steun en voortbeweging).

  • De Romp: De opbouw van de ruggengraat en de borstkas.

  • Skeletziekten: Specifieke aandacht voor Osteoporose (botontkalking).

Gewrichten

  • Gewrichtstypes: Hoe gewrichten in elkaar zitten en welke bewegingen ze toelaten.

  • Specifieke gewrichten:

    • Schouder- en ellebooggewricht.

    • Onderarm-, pols- en handgewrichten.

    • Gewrichten van de onderste extremiteit (heup, knie, enkel).

  • Gewrichtsaandoeningen:

    • Artrose (slijtage van het kraakbeen).

    • Reumatoïde artritis (ontstekingen in de gewrichten).

3.5 Mini Symposium Ergotherapie (20 jan)

Tijdens dit symposium heb ik drie leerzame workshops gevolgd:

  • Communicatie met mensen met een verstandelijke beperking: Ik heb geoefend met een ervaringsdeskundige. Ik leerde dat kleine aanpassingen in mijn praten al zorgen voor beter contact en betere zorg.

  • Crisispleegzorg voor jonge kinderen: Ik zag hoe belangrijk het is dat een ergotherapeut al heel vroeg betrokken is bij kinderen in een crisissituatie.

  • Logopedie en afasie: Ik heb geleerd hoe ik beter kan communiceren met mensen die moeite hebben met praten of begrijpen door hersenletsel.

3.6 workshops -propedeuse- 

 

  • Tilliften: Veilig leren verplaatsen van cliënten met actieve en passieve liften.

  • Rolstoel rijden: Oefenen met manoeuvreren, stoepjes opgaan en hellingen nemen.

  • Rolstoelmeting: Lichaamsmaten nauwkeurig opmeten voor een goed passende stoel.

  • Zithoudingsanalyse: Leren beoordelen of iemand stabiel en gezond in een stoel zit.

  • Zitkussens: Testen van verschillende materialen om doorligwonden te voorkomen.

  • Scootmobiel training: Oefenen met het veilig besturen en parkeren van een scootmobiel.

  • Auto-transfers: In- en uitstappen oefenen van een rolstoel naar de autostoel.

  • Observeren in de thuissituatie: In kaart brengen hoe iemand zich in zijn eigen huis redt.

  • Kleine hulpmiddelen: Gebruik van aangepast bestek, potopeners en grijpers testen.

  • Woningaanpassing: Advies geven over drempelhulpen, beugels en trapliften.

  • COPM: Het voeren van een gesprek om persoonlijke behandeldoelen te bepalen.

  • MoCA: Een test afnemen om het geheugen en de concentratie te meten.

  • Dossier: Professioneel leren rapporteren volgens de officiële regels.

  • Observaties: Objectief leren kijken naar bewegingen en dagelijkse handelingen.

  • Activiteitenanalyse: Een handeling stap voor stap ontleden om knelpunten te vinden.

  • SMART doelen: Duidelijke en meetbare plannen opschrijven voor de cliënt.

  • Prikkelverwerking: Onderzoeken hoe iemand reageert op geluid, licht en aanraking.

  • CVA (Beroerte): Omgaan met halfzijdige verlamming en uitval na hersenletsel.

  • Dementie: De omgeving aanpassen voor meer structuur, rust en veiligheid.

  • Parkinson: Strategieën leren tegen trillen en het blokkeren tijdens het lopen.

  • MS (Multiple Sclerose): Leren over energieverdeling en omgaan met zware vermoeidheid.

  • Reuma: Gewrichtsbescherming toepassen bij dagelijkse taken zoals koken.

  • COPD: Dagelijkse activiteiten doen met weinig zuurstof of benauwdheid.

  • Dwarslaesie: Zelfstandig leren blijven en verplaatsen vanuit een rolstoel.

  • Artrose: Pijn verminderen bij bewegen door inzet van hulpmiddelen.

  • Intakegesprek: Een professionele eerste ontmoeting met een cliënt leiden.

  • LSD: Oefenen met Luisteren, Samenvatten en Doorvragen.

  • Intervisie: Met studiegenoten praten over ervaringen in de praktijk.

  • WMO/Wlz: Kennis opdoen over wetten voor hulpmiddelen en zorgkosten.

  • Handhygiëne: Schoon en veilig werken om ziektes te voorkomen.

  • Ergonomie: Zelf goed staan en tillen om je eigen lichaam te sparen.

  • ADL-training: Cliënten helpen bij wassen, aankleden en toiletgang.

  • Belasting/Belastbaarheid: De balans vinden tussen wat iemand kan en wat iemand doet.