inhoud
- 1 Doelen (5.1)
-1.1 Reflecteren doelen ontdekkende ergotherapeut (5.1)
-1.2 Doelen opleidingbekwame ergotherapeut (5.1)
-1.3 Doelen Hoofdfase (volgend jaar) (5.1)
-2 Samenwerking (5.2)
-2.1 Doelen en inzet leerteam deze perioden (5.2)
-2.2 Doelen en inzet samenwerkingsopdrachten (5.2)
-2.3 bijdragen aan de samenwerking (5.2)
- 3 Digivaardig (5.4)
- 4 Reflective practinior (5.3)
- 5 Meeloop studenten, 16 juni helpen welkomsdag (5.4)
- 6 technologie die mij kan helpen (5.4)
- 7 Conclusie
1 Doelen
Om deze nieuwe periode goed te starten, begin ik met een kritische reflectie op de leerdoelen van de afgelopen tijd. Ik bekijk welke doelen ik al heb behaald en aan welke punten ik nog extra aandacht moet besteden. Op basis hiervan bepaal ik welke doelen ik vasthoud en welke nieuwe SMART-doelen ik moet opstellen om mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling te blijven stimuleren.
Daarnaast zet ik alvast een stap richting de hoofdfase van volgend jaar. Door nu alvast lange-termijndoelen te formuleren, probeer ik een sterke start te maken in het tweede leerjaar en mijn groei als ergotherapeut te waarborgen.
1.1 Reflecteren doelen ontdekkende ergotherapeut
De afgelopen perioden had ik doelen opgesteld:
-
Regie en overzicht: Ik gebruik voor elke taak een vast lijstje. Hierop staat precies wat ik moet doen en voorbereiden. Dit geeft rust in mijn hoofd en voorkomt fouten.
-
Professionele balans in communicatie: In gesprekken met cliënten blijf ik zakelijk. Ik ben enthousiast, maar niet te informeel, waardoor ik op een professionelen manier blijf handelen
- Ruimte geven in samenwerking: Ik doe een stapje terug in de groep. Ik laat eerst anderen hun verhaal doen en stel vragen over hun plannen. Zo werken we beter samen als team.
Reflectie:
- Regie en overzicht Ik heb dit doel de afgelopen periode behaald. Aan het eind was het voor mij duidelijk welke leeruitkomsten ik moest afronden en op welke manier ik dit ging doen (of al had gedaan). Mijn voorbereidingen stonden klaar en ik had overal netjes feedback op gevraagd. Ik merkte dat het gebruik van de lijstjes mij erg hielp om het overzicht te bewaren. Echter, aan het begin van de nieuwe periode merkte ik dat ik door de beperkte tijd en het kleine aantal weken de lijstjes te weinig heb gebruikt. Hierdoor ben ik het overzicht weer een beetje kwijtgeraakt. Ik heb hier dus zeker stappen in gezet, maar het blijft een punt dat aandacht nodig heeft.
- Professionele balans in communicatie De afgelopen periode ben ik erg druk geweest met mijn houding en communicatie tijdens cliëntgesprekken en interventies. Ik kreeg voorheen namelijk vaak de feedback dat mijn taalgebruik te informeel was en mijn houding te los. Inmiddels heb ik veel positieve feedback ontvangen: zowel mijn houding als mijn manier van communiceren is sterk verbeterd. Dat is erg fijn om te horen. Wel ligt mijn spreektempo nog erg hoog; dit is een punt om in de toekomst rekening mee te blijven houden, maar de basis is goed neergezet.
- Ruimte geven in samenwerking Ik heb mijn samenwerkingsopdrachten succesvol afgerond en waardevolle feedback ontvangen en gegeven. Ik merk nog steeds dat ik het soms lastig vind om een stapje terug te doen, maar ik maak hierin wel stap voor stap vorderingen. Voor de komende periode heb ik nieuwe samenwerkingspartners gekozen die, net als ik, graag het voortouw nemen. Ik wil kijken of dit mij uitdaagt om sneller een stapje terug te doen en hoe ik hier vervolgens mee omga. Dit blijft dus een goed leerpunt voor de komende tijd.
1.2 Doelen opleidingbekwame ergotherapeut
Een nieuwe periode betekent nieuwe doelen. Ik heb het afgelopen jaar veel geleerd en mijn valkuilen en kwaliteiten goed ontdekt. Voor de komende periode heb ik concrete doelen opgesteld die mij gaan helpen om dit eerste jaar en mijn propedeuse succesvol af te ronden. Deze doelen zijn gebaseerd op de feedback die ik de afgelopen periodes heb ontvangen. Om de voortgang te bewaken, heb ik deze geformuleerd als SMART-doelen voor de korte termijn:
- Punctualiteit en professionele houding De afgelopen weken merkte ik door chaos en onrust dat ik meer moeite had met op tijd komen. Hoewel ik de meeste lessen volg, besef ik dat dit mijn professionele houding schaadt; ik wil dat mensen op mij kunnen rekenen. Daarom is mijn doel om de rest van deze periode bij elke les aanwezig te zijn vóór de starttijd. Ik realiseer dit door standaard 10 minuten extra reistijd in te plannen en eerder van huis te vertrekken.
- Methodisch en structureel werken Daarnaast blijf ik werken aan mijn structuur. Ik merk dat ik nog vaak te slordig of te laat werk. Om meer overzicht te creëren, ga ik deze periode methodischer te werk door mijn fysieke planboekje dagelijks te gebruiken in combinatie met digitale agenda-notificaties. Mijn doel is om opdrachten voortaan uiterlijk 24 uur voor de deadline geordend klaar te hebben.
- Energiebalans en prioritering Tot slot focus ik op mijn energiebalans. Mijn verhuizing naar Nijmegen en het lidmaatschap bij een studentenvereniging brengen veel gezelligheid, maar ook drukte met zich mee. Dit heeft invloed op mijn motivatie en studieresultaten. Ik stel daarom als doel dat mijn studie altijd prioriteit heeft boven sociale activiteiten. Ik ga bewuste keuzes maken door wekelijks mijn planning te toetsen en activiteiten af te zeggen zodra mijn energie of resultaten onder druk komen te staan.
- Vergroten van parate kennis Naast mijn professionele werkhouding richt ik mij deze periode op het verbeteren van mijn parate kennis. Ik merk dat ik een praktijkgerichte leerling ben en meer moeite heb met het stampen van theorie. Echter, als toekomstig ergotherapeut is een stevige theoretische basis, onmisbaar. Omdat dit momenteel een zwak punt is, investeer ik deze periode extra tijd en energie om deze kennis eigen te maken.
1.3 Doelen Hoofdfase (volgend jaar)
Om een goede start te maken in het tweede jaar, heb ik op basis van mijn ervaringen uit het eerste jaar een aantal lange-termijndoelen opgesteld. Door nu al rekening te houden met mijn valkuilen, kan ik volgend jaar direct effectief aan de slag.
- Structuur en uitstelgedrag voorkomen Mijn doel is om vanaf het begin van het nieuwe studiejaar direct actie te ondernemen bij nieuwe opdrachten. Ik heb gemerkt dat ik de neiging heb om zaken uit te stellen, wat voor onnodige achterstanden zorgt. Door meteen te starten, behoud ik het overzicht, kan ik tijdig om feedback vragen en zorg ik ervoor dat ik mijn studiepunten zonder onnodige stress behaal.
- Actieve verwerking van feedback Hoewel ik het feedback-systeem steeds beter begin te begrijpen, ligt de uitdaging in de opvolging. Voor volgend jaar stel ik mezelf tot doel om niet alleen feedback te verzamelen, maar deze ook direct om te zetten in concrete verbeteracties voor mijn volgende opdrachten. Zo maak ik mijn leerproces zichtbaar en effectiever.
- Uitbreiding van praktijkervaring (PL-plek) Afgelopen jaar heb ik op een fijne plek meegelopen waar ik al bekend was. Hoewel leerzaam, merkte ik dat de uitdaging beperkt was. Voor volgend jaar streef ik ernaar om één dag per week mee te lopen met een ergotherapeut in een nieuwe omgeving. Ik wil mezelf meer uitdagen en nieuwe kennis en ervaring opdoen die ik direct kan koppelen aan de theorie van de opleiding.
- Motivatie en professionele uitstraling Punctualiteit en enthousiasme zijn voor mij belangrijke aandachtspunten. Door consequent op tijd te komen, straal ik motivatie uit naar mijn docenten en medestudenten. Ik heb gemerkt dat deze uiterlijke discipline mij helpt om ook innerlijk de motivatie beter vast te houden en gericht te blijven werken aan mijn leeruitkomsten.
2 Samenwerking:
Samenwerking is een essentieel onderdeel van het vak ergotherapie. Ook in de komende periode staat dit centraal, bijvoorbeeld bij Beroepsopdracht 3, waarin we gezamenlijk een onderzoek opzetten en uitvoeren.
Binnen ons leerteam is het van groot belang om elkaars persoonlijke eigenschappen niet alleen te herkennen, maar ook actief te benoemen en in te zetten. Door elkaars sterke punten te benutten en deze te verbinden met die van een ander, versterken we het groepsproces.
2.1 Leerteam
De afgelopen periode is de samenstelling van mijn leerteam flink veranderd. Helaas zijn er twee teamleden gestopt en zal er dit jaar nog een derde persoon stoppen. Dit is erg jammer en heeft een negatieve invloed op mijn motivatie. Daarnaast lopen twee teamleden door ziekte en drukte achter op het schema van de afgelopen perioden. Hierdoor werken we momenteel aan verschillende onderdelen, wat de inhoudelijke samenwerking soms bemoeilijkt.
Ondanks deze uitdagingen zijn we als team erg hecht. We gaan samen naar festivals en eten regelmatig bij elkaar, wat zorgt voor een sterke band buiten de studie om. Om ervoor te zorgen dat wij met zijn allen de eindstreep halen, hebben we concrete doelen opgesteld voor periode 4.
Gezamenlijke doelen voor Periode 4
Focus: De opleiding tot bekwaam ergotherapeut en het behalen van de propedeuse (P).
-
Gezamenlijke Planning: Aan het begin van de periode maken we een strakke planning waarin we vastleggen wie wanneer met de simulant gaat spreken.
-
Procesondersteuning: We ondersteunen elkaar door mee te denken en constructieve feedback te geven. We proberen elkaar mee te nemen in enthousiasme om de motivatie hoog te houden.
-
Wekelijks Studiemoment: We werken één keer per week gezamenlijk een half uur tot een uur aan schoolopdrachten op de HAN.
Doelstelling: Ik hoop dat deze structuur ons helpt om gemotiveerd te blijven, structureel naar de HAN te komen en gezamenlijk het beste uit onszelf en elkaar te halen.
2.2 BO 3 Groepsopdracht
Ik ben samen met Christa en Lotte begonnen aan beroepsopdracht 3. Bij de start van het onderzoek hebben we duidelijke doelen voor onszelf opgeschreven. Aan het eind gaan we hierop terugkijken en elkaar feedback geven. We hebben deze doelen zelf bedacht om goed te werken aan onze eigen ontwikkeling. Ook helpen we nu anderen om actief met hun doelen bezig te zijn.
Dit zijn onze doelen:
-
Puck: Methodisch aan het werk gaan.
-
Christa: Meer mijn eigen mening geven.
-
Lotte: Anderen meer kans geven om hun mening te geven en minder overheersen.
Zo weten we precies waar we aan moeten werken tijdens de opdracht.
2.3 mijn eigen bijdragen aan de samenwerkingen
Mijn betrokkenheid en passie voor het vak zijn heel belangrijk voor ons leerteam. Ik vind het fijn om er voor anderen te zijn, dus ik probeer teamleden die het lastig hebben of achterlopen extra te steunen. Ik gebruik mijn energie om de motivatie in de groep hoog te houden. Dit helpt ons om, ondanks de wisselingen in het team, samen de doelen voor periode 4 en de propedeuse te halen.
Tijdens de studiemomenten op de HAN gebruik ik mijn creativiteit om mee te denken over opdrachten. Als de samenwerking soms lastig is omdat we niet allemaal aan hetzelfde werken, bedenk ik vaak handige oplossingen om elkaar toch verder te helpen. Ik voel me verantwoordelijk voor de groep en ik zorg er graag voor dat de sfeer goed blijft, zodat we fijn kunnen werken.
Aan de andere kant weet ik dat mijn grote gedrevenheid ook een valkuil kan zijn. Soms word ik zo enthousiast dat ik te druk ben of te veel de leiding neem. Dit kan lastig zijn voor de doelen van Christa en Lotte, die juist willen oefenen met hun mening geven of meer ruimte laten aan anderen. Ik moet dus vaker even afwachten en pas op de plaats maken, zodat zij ook hun plek kunnen pakken.
Ook mijn moeite met plannen en overzicht is een aandachtspunt. Omdat ik vaak heel snel aan de slag ga, word ik soms slordig of raak ik de draad kwijt. Ik moet erop letten dat mijn inzet voor de groep niet ten koste gaat van mijn eigen werk. Door vaker even rust te nemen en mijn werk goed te checken, zorg ik dat ik zelf ook scherp blijf en dat mijn opdrachten gewoon goed zijn.
3 Digivaardig
Omdat we de komende periode veel gaan doen met technologie, is het belangrijk om te weten hoe digivaardig je zelf bent. Ook is het goed om te kijken hoe handig de cliënten zijn met technologie. Het gebruik van technologie is enorm belangrijk; je kunt het op veel mooie manieren inzetten. Daarom volgt hierbij mijn eigen analyse over hoe digivaardig ik ben.
4 Reflective practinior
Soms kom je situaties tegen waarbij je denkt: heb ik wel juist gehandeld? Had ik dit anders kunnen aanpakken? Om hiermee aan de slag te gaan, schrijf ik een reflectieverslag volgens de methode van Korthagen. Ik kijk hierin terug op een situatie uit de praktijk en onderzoek of ik op een andere manier had moeten handelen.
1. Ervaring
Ik werk in de horeca met mensen met een verstandelijke en fysieke beperking. Ik stuur de keuken aan en zorg dat de taken verdeeld worden. Het was een heel drukke dag met veel bestellingen en de werkdruk was hoog. Ik probeerde de rust te bewaren, tot ik een taak gaf aan een cliënt met het syndroom van Down. Ze reageerde heel agressief, deed haar armen over elkaar en schreeuwde dat ze moe was en naar huis wilde. De rest van de keuken werd stil en andere cliënten gingen zich ermee bemoeien, waardoor het nog drukker werd in mijn hoofd. Ik reageerde direct en een beetje boos: ik zei dat ze wel mocht zitten, maar niet zo tegen mij mocht praten omdat ik ook hard mijn best deed. Ze schrok daar zo van dat ze huilend wegliep. Omdat het zo druk was met bestellingen, kon ik niet direct achter haar aan. Pas later ben ik naar haar toe gegaan met wat water en heb ik mijn excuses aangeboden voor mijn felle toon. We hebben het toen goed uitgepraat.
2. Terugblik
Gevoelens Ik voelde op dat moment veel stress en spanning door de drukte. Toen zij zo agressief deed, voelde ik me overvallen. Ik wilde de controle niet verliezen voor de groep. Achteraf voelde ik me rot dat ik haar aan het huilen had gemaakt.
Gedachten Ik dacht: "We moeten nu echt door met de bonnen, we kunnen dit er niet bij hebben." Ik wilde vooral dat de keuken bleef draaien. Ik dacht ook dat ik streng moest zijn zodat de rest van de groep niet ook zou stoppen met werken.
Sterk Het was goed dat ik ondanks de stress de bestellingen wel de deur uit heb gekregen en het overzicht hield. Ook vond ik het goed van mezelf dat ik later meteen naar haar toe ben gegaan om het goed te maken.
Moeilijk Ik vond het lastig om rustig te blijven toen zij begon te schreeuwen. Het is moeilijk om te kiezen tussen de bestellingen afmaken of de cliënt helpen die het even niet meer aankan.
3. Bewustwording
De cliënt Zij wilde waarschijnlijk haar grens aangeven omdat ze gewoon echt moe was. Door de drukte in de keuken raakte ze misschien overprikkeld en wist ze niet hoe ze dat op een normale manier moest zeggen.
Mijn eigen rol Ik besef nu dat ik reageerde op haar geschreeuw, maar niet op waarom ze schreeuwde. Ik was te veel bezig met de keuken en te weinig met hoe zij zich voelde. Ook merkte ze waarschijnlijk mijn eigen stress, waardoor zij ook onrustig werd.
4. Waarden en Normen
In deze situatie zag ik dat we allebei iets anders belangrijk vonden.
Wat belangrijk was voor de cliënt:
-
Eigen grenzen: Zij voelde dat ze echt niet meer kon. Voor haar was het op dat moment het belangrijkste om te stoppen omdat ze te moe was.
-
Rust: Ze had behoefte aan een plek waar het niet zo druk was.
Wat belangrijk was voor mij:
-
Hard werken: Ik wilde dat alle bestellingen op tijd klaar waren. Dat is mijn taak in de keuken.
-
Respect: Ik vind het belangrijk dat we normaal tegen elkaar praten. Daarom werd ik boos toen zij tegen mij schreeuwde.
-
Goede zorg: Uiteindelijk vind ik het welzijn van de cliënt belangrijker dan de drukte in de keuken. Daarom voelde ik me achteraf ook rot.
De botsing in waarden:
-
Werk tegenover gevoel: Ik was vooral bezig met de drukte en dat de bestellingen op tijd klaar moesten zijn. De cliënt was op dat moment alleen maar bezig met hoe moe ze was en dat ze rust nodig had.
-
Regels tegenover onmacht: Ik vond dat we met respect met elkaar om moesten gaan en werd boos omdat ze schreeuwde. Maar voor de cliënt was schreeuwen de enige manier om te laten zien dat het niet meer ging.
-
De groep tegenover de cliënt: Ik wilde de baas blijven over de hele groep, terwijl zij juist even persoonlijke hulp en een rustige plek nodig had.
De echte botsing was dus dat ik op dat moment het werk in de keuken belangrijker vond dan de grens die de cliënt aangaf.
5. Alternatieven
Wat had ik anders kunnen doen?
-
Meteen uit de keuken halen: Ik had haar meteen even mee kunnen nemen naar de gang of een rustige plek. Dan was er geen "publiek" van andere cliënten en was het niet zo geëscaleerd.
-
Eerder zien: Ik had eerder kunnen kijken hoe ze erbij zat. Als ik had gezien dat ze moe werd, had ik haar een makkelijker taakje kunnen geven voordat ze boos werd.
-
De groep sturen: Ik had de andere cliënten meteen een taak kunnen geven zodat zij zich niet met de ruzie gingen bemoeien.
6. Uitproberen, actieplan
-
Beter kijken: Als het druk wordt, ga ik vaker even bij iedereen langs om te vragen hoe het gaat.
-
Rustig blijven: Ik ga oefenen om niet meteen boos terug te reageren als een cliënt een grote mond heeft, maar eerst even diep adem te halen.
-
Taken verdelen: Ik ga van tevoren beter nadenken wie welke taak krijgt. Iemand die snel moe is, geef ik op een drukke dag een rustigere plek in de keuken.
-
Hulp vragen: Als ik merk dat het mij te veel wordt, vraag ik een collega om even mee te kijken.
7. Literatuur
tijdens mijn onderzoek kwam ik er achter dat agressie vaak onmacht is. De cliënt wil niet expres vervelend doen, maar zij kan de drukte in de keuken niet meer aan. Dit noemen we ook wel 'moeilijk verstaanbaar gedrag'. Het schreeuwen is eigenlijk een manier om te zeggen: "Help, het is te veel voor mij!"
grensoverschrijdend gedrag:
Op de werkvloer kreeg ik te maken met een cliënt die tegen mij begon te schreeuwen. Dit is een direct voorbeeld van grensoverschrijdend gedrag: gedrag waarbij de veiligheid of het welzijn van de begeleider of de omgeving in het geding komt.
Om dit professioneel aan te pakken, is het belangrijk om verder te kijken dan alleen de actie zelf en de literatuur over dit onderwerp te raadplegen. Grensoverschrijdend gedrag ontstaat namelijk zelden uit het niets. Door de theorie te bestuderen, leer ik begrijpen hoe de interactie tussen de cliënt, de omgeving (de drukke keuken) en mijn eigen houding invloed hebben op het ontstaan van dit gedrag.
Hieronder beschrijf ik de drie belangrijkste inzichten uit de literatuur die helpen om dit gedrag op de werkvloer te verklaren en voortaan te voorkomen.
Hier zijn drie belangrijke dingen die ik heb geleerd uit de literatuur:
-
De emmer loopt over: Je kunt het zien als een emmer die langzaam volloopt met stress. Door de drukke bestellingen en de herrie zat de emmer van de cliënt vol. Mijn opdracht was de laatste druppel waardoor de emmer overliep.
-
Kijken naar signalen: In de boeken leer je dat je moet kijken naar kleine signalen voordat iemand boos wordt. Bijvoorbeeld: harder gaan werken, rood worden of juist heel stil worden. Als ik dat eerder had gezien, had ik haar rust kunnen geven.
-
Jouw eigen houding: De cliënt voelt de stress van de begeleider. Omdat ik zelf ook druk was in mijn hoofd, voelde zij dat aan. Hierdoor werd zij ook onrustiger.
-Handreiking omgaan met probleemgedrag
- Moeilijk verstaanbaar gedrag (MVG) | 's Heeren Loo
-Richtlijn 'Probleemgedrag bij mensen met dementie'
Conclusie: Ik heb geleerd dat een grote mond van een cliënt vaak betekent dat het even te veel is. In de toekomst wil ik proberen om de cliënt even apart te nemen in plaats van boos te worden in de keuken.
Reflectie in één zin: Ik leer hoe ik rustig kan blijven bij agressie, ook als het heel druk is in de keuken.
5 meeloop studenten en welkomsdag
De afgelopen periode heb ik veel meeloopstudenten opgevangen die zich hadden aangemeld om een dagje met ons mee te kijken. Hoewel het opvangen van studiekiezers iets is wat we binnen de opleiding allemaal moeten doen, merk ik dat ik er echt plezier in heb. Ik vind het ontzettend leuk om ze mee op sleeptouw te nemen en ze echt een kijkje in de keuken te geven. Ik vertel hen uitgebreid over hoe onze studie in elkaar zit, wat er precies van ons wordt verwacht en hoe de methode achter ergotherapie werkt. Op die manier probeer ik die mensen een zo goed en eerlijk mogelijk beeld te geven van wat zij straks kunnen verwachten als ze voor deze studie kiezen.
Ik merk dat ik hier zelf ook veel energie van krijg; het is fijn om uit te dragen wat ik zo leuk vind aan dit vak. Daarom kijk ik er ook erg naar uit om binnenkort mee te helpen bij de welkomstdag voor aankomende studenten. Dit is een cruciaal moment, want ik mag hen daar een goede eerste start van de studie geven. Het is de dag waarop zij hun allereerste beeld van ergotherapie vormen, en ik vind het prachtig dat ik daar een actieve rol in mag spelen.
Dit alles bij elkaar beschrijft heel mooi hoe ik op dit moment bezig ben met mijn eigen professionele ontwikkeling. Ik leer niet alleen de theorie, maar ik ben ook echt al bezig om als toekomstig ergotherapeut uit te dragen hoe belangrijk wij zijn. Wij zijn essentieel in de zorg en in het ondersteunen van mensen, en ik vind het geweldig om die passie nu al te laten zien aan de mensen die na mij komen. Het voelt goed om nu al zo trots op mijn toekomstige beroep te staan en dat over te brengen op anderen.
6 Technologie die mij kan helpen
In deze periode ben ik als toekomstig ergotherapeut op zoek gegaan naar technologie die mij persoonlijk kan ondersteunen bij mijn dagelijkse structuur. Ik merk dat ik behoefte heb aan meer overzicht, en daarom ben ik aan de slag gegaan met de app 'To Do List'
Deze app is voor mij de ideale oplossing omdat ik hiermee taken direct kan opschrijven zodra ze in mijn hoofd opkomen. Het fijne is dat de app meldingen geeft die op mijn scherm blijven staan, waardoor ik op het juiste moment herinnerd word aan wat ik nog moet doen en ik minder snel dingen vergeet.
Daarnaast helpt de app mij om mijn dagindeling visueel te maken door het gebruik van verschillende kleuren. Dit geeft mij de structuur die ik nodig heb om mijn taken goed te overzien en mijn energie over de dag te verdelen.
Het geeft een voldaan gevoel om taken echt af te kunnen strepen zodra ze klaar zijn. Voor mij werkt dit veel prettiger dan werken met losse briefjes of notities op papier, omdat ik nu alles overzichtelijk op één plek heb staan. Het helpt mij echt om meer grip te krijgen op mijn planning voor de komende periode.
7 Conclusie
De afgelopen periode heb ik veel over mezelf geleerd. Ik ben professioneler geworden in mijn communicatie en ik weet nu beter hoe ik mijn plek in een groep moet vinden. Hieronder staan de belangrijkste punten:
-
Groei in houding: Ik praat minder informeel en heb een zakelijkere houding aangenomen. Ook heb ik ingezien dat ik mijn planning beter moet bijhouden om stress en te laat komen te voorkomen.
-
Structuur door technologie: Omdat ik soms het overzicht verlies, gebruik ik nu de app 'To Do List'. Dit helpt mij om opdrachten op tijd af te krijgen en geeft rust in mijn hoofd.
-
Samenwerken: Ondanks dat mijn leerteam kleiner is geworden, blijven we elkaar steunen. We hebben duidelijke afspraken gemaakt om samen onze propedeuse te halen.
-
Leren van de praktijk: Door mijn werk in de horeca en de reflectie daarop, begrijp ik nu beter dat 'lastig gedrag' van een cliënt vaak een hulpvraag is. Ik leer om op zulke momenten rustig te blijven.
-
Passie voor ergotherapie: Het begeleiden van nieuwe studenten geeft mij veel energie. Ik vind het erg leuk om mijn enthousiasme voor het vak te delen met anderen.
Blik op volgend jaar: In het tweede jaar wil ik meteen vanaf de start hard aan de slag gaan om uitstelgedrag te voorkomen. Ik wil een uitdagende stageplek vinden waar ik veel nieuwe dingen leer, zodat ik mezelf blijf ontwikkelen als goede ergotherapeut.
In het kort:
Ik heb dit jaar mijn sterke en zwakke punten ontdekt. Met de juiste hulpmiddelen (zoals mijn plan-app) en een positieve instelling ben ik klaar voor de hoofdfase van de opleiding!
Maak jouw eigen website met JouwWeb